beperken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to limit
Pronunciation: be-per-ken
Example
We moeten onze uitgaven beperken.
We need to limit our expenses.
Conjugation
ikbeperk
jijbeperkt
hijbeperkt
wijbeperken
julliebeperken
zijbeperken
Past tense
beperkte / beperkten
Past participle
hebbengebeperkt
Imperative
beperk
Conditional
zou beperken
Future
zal beperken