bestuderen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to study
Pronunciation: be-stu-DEH-ren
Example
Zij wil de sterren bestuderen.
She wants to study the stars.
Conjugation
ikbestudeer
jijbestudeert
hijbestudeert
wijbestuderen
julliebestuderen
zijbestuderen
Past tense
bestudeerde / bestudeerden
Past participle
hebbenbestudeerd
Imperative
bestudeer
Conditional
zou bestuderen
Future
zal bestuderen