besturen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to drive
Pronunciation: be-stoo-ren
Example
Hij kan heel goed een auto besturen.
He can drive a car very well.
Conjugation
ikbestuur
jijbestuurt
hijbestuurt
wijbesturen
julliebesturen
zijbesturen
Past tense
bestuurde / bestuurden
Past participle
hebbenbestuurd
Imperative
bestuur
Conditional
zou besturen
Future
zal besturen