betrappen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to catch
Pronunciation: buh-trah-pen
Example
Hij werd betrapt op het stelen van snoepjes.
He was caught stealing candies.
Conjugation
ikbetrap
jijbetrapt
hijbetrapt
wijbetrappen
julliebetrappen
zijbetrappen
Past tense
betrapte / betrapten
Past participle
hebbenbetrapt
Imperative
betrap
Conditional
zou betrappen
Future
zal betrappen