betrekken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
involve
Pronunciation: beh-trek-ken
Example
We willen de buurt meer bij het project betrekken.
We want to involve the neighborhood more in the project.
Conjugation
ikbetrek
jijbetrekt
hijbetrekt
wijbetrekken
julliebetrekken
zijbetrekken
Past tense
betrok / betrokken
Past participle
hebbenbetrokken
Imperative
betrek
Conditional
zou betrekken
Future
zal betrekken