bewijzen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
to prove
Pronunciation: beh-vay-zen
Example
Hij moet zijn onschuld bewijzen.
He has to prove his innocence.
Conjugation
ikbewijs
jijbewijst
hijbewijst
wijbewijzen
julliebewijzen
zijbewijzen
Past tense
bewees / bewezen
Past participle
hebbenbewezen
Imperative
bewijs
Conditional
zou bewijzen
Future
zal bewijzen