bijleren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to learn more
Pronunciation: bai-le-ren
Example
Ik wil graag meer bijleren over geschiedenis.
I would like to learn more about history.
Conjugation
ikbijleer
jijbijleert
hijbijleert
wijbijleren
julliebijleren
zijbijleren
Past tense
lerde / lerden
Past participle
hebbengebijlerd
Imperative
ler
Conditional
zou bijleren
Future
zal bijleren
Separable verb