buitenslapen
Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry
verba1
Translation
sleep outside
Pronunciation: bai-ten-slaa-puhn
Example
We gaan vanavond buitenslapen in de tuin.
We are going to sleep outside in the garden tonight.
Conjugation
| ik | buitenslaap |
| jij | buitenslaapt |
| hij | buitenslaapt |
| wij | buitenslapen |
| jullie | buitenslapen |
| zij | buitenslapen |
Past tense
slapte / slapten
Past participle
hebbengebuitenslapt
Imperative
slap
Conditional
zou buitenslapen
Future
zal buitenslapen
Separable verb