deblokkeren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to unblock
Pronunciation: de-blo-ke-ren
Example
Kun je mijn telefoon deblokkeren?
Can you unblock my phone?
Conjugation
ikdebloqueer
jijdebloqueert
hijdebloqueert
wijdeblokkeren
julliedeblokkeren
zijdeblokkeren
Past tense
deblokkerde / deblokkerden
Past participle
hebbengedeblokkerd
Imperative
deblokker
Conditional
zou deblokkeren
Future
zal deblokkeren