doorbrengen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to spend
Pronunciation: DOOR-bren-ghen
Example
We willen de zomer aan het strand doorbrengen.
We want to spend the summer at the beach.
Conjugation
ikbreng door
jijbrengt door
hijbrengt door
wijbrengen door
julliebrengen door
zijbrengen door
Past tense
bracht door / brachten door
Past participle
hebbendoorgebracht
Imperative
breng door
Conditional
zou doorbrengen
Future
zal doorbrengen
Separable verb