dwingen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
force
Pronunciation: dving-en
Example
Hij probeert me te dwingen om te blijven.
He is trying to force me to stay.
Conjugation
ikdwing
jijdwingt
hijdwingt
wijdwingen
julliedwingen
zijdwingen
Past tense
dwong / dwongen
Past participle
hebbengedwongen
Imperative
dwing
Conditional
zou dwingen
Future
zal dwingen