genieten

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
enjoy
Pronunciation: khuh-NEE-tuhn
Example
Ik geniet van de zonsondergang.
I enjoy the sunset.
Conjugation
ikgeniet
jijgeniet
hijgeniet
wijgenieten
julliegenieten
zijgenieten
Past tense
genoot / genoten
Past participle
hebbengenoten
Imperative
geniet
Conditional
zou genieten
Future
zal genieten