glijden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to slide
Pronunciation: GLY-dən
Example
De kinderen glijden van de glijbaan.
The children slide down the slide.
Conjugation
ikglijd
jijglijdt
hijglijdt
wijglijden
jullieglijden
zijglijden
Past tense
gleed / gleden
Past participle
hebben/zijngegleden
Imperative
glijd
Conditional
zou glijden
Future
zal glijden