indelen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to divide
Pronunciation: in-day-len
Example
We moeten de taken goed indelen.
We need to organize the tasks well.
Conjugation
ikdeel in
jijdeelt in
hijdeelt in
wijindelen
jullieindelen
zijindelen
Past tense
delde / delden
Past participle
hebbengeindeld
Imperative
del
Conditional
zou indelen
Future
zal indelen
Separable verb