ingeven

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to input
Pronunciation: in-gay-ven
Example
Je moet je wachtwoord opnieuw ingeven.
You need to enter your password again.
Conjugation
ikgeef in
jijgeeft in
hijgeeft in
wijgeven in
julliegeven in
zijgeven in
Past tense
gevde / gevden
Past participle
hebbengeingevd
Imperative
gev
Conditional
zou ingeven
Future
zal ingeven
Separable verb