inspreken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to record
Pronunciation: in-spray-ken
Example
Je kunt een bericht inspreken na de pieptoon.
You can leave a message after the beep.
Conjugation
ikspreek in
jijspreekt in
hijspreekt in
wijinspreken
jullieinspreken
zijinspreken
Past tense
sprekte / sprekten
Past participle
hebbengeinsprekt
Imperative
sprek
Conditional
zou inspreken
Future
zal inspreken
Separable verb