inwerken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to train
Pronunciation: in-ver-ken
Example
De nieuwe medewerker wordt deze week ingewerkt.
The new employee is being trained this week.
Conjugation
ikwerk in
jijwerkt in
hijwerkt in
wijinwerken
jullieinwerken
zijinwerken
Past tense
werkte / werkten
Past participle
hebbengeinwerkt
Imperative
werk
Conditional
zou inwerken
Future
zal inwerken
Separable verb