kalmeren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
calm
Pronunciation: kal-muh-ren
Example
Ze probeerde de baby te kalmeren.
She tried to calm the baby.
Conjugation
ikkalmeer
jijkalmeert
hijkalmeert
wijkalmeren
julliekalmeren
zijkalmeren
Past tense
kalmeerde / kalmeerden
Past participle
hebbengekalmeerd
Imperative
kalmeer
Conditional
zou kalmeren
Future
zal kalmeren