kleden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
dress
Pronunciation: klay-den
Example
Ze kleden zich altijd stijlvol.
They always dress stylishly.
Conjugation
ikkleed
jijkleedt
hijkleedt
wijkleden
julliekleden
zijkleden
Past tense
kledde / kledden
Past participle
hebbengekledd
Imperative
kled
Conditional
zou kleden
Future
zal kleden