laden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to load
Pronunciation: LAH-den
Example
We moeten de vrachtwagen laden.
We need to load the truck.
Conjugation
iklaad
jijlaadt
hijlaadt
wijladen
jullieladen
zijladen
Past tense
laadde / laadden
Past participle
hebbengeladen
Imperative
laad
Conditional
zou laden
Future
zal laden
nouna1
Translation
drawers
Pronunciation: lah-den
Example
De laden van de kast zijn vol met kleding.
The drawers of the cabinet are full of clothes.