leiden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
lead
Pronunciation: lay-den
Example
Zij kan het team goed leiden.
She can lead the team well.
Conjugation
ikleid
jijleidt
hijleidt
wijleiden
jullieleiden
zijleiden
Past tense
leidde / leidden
Past participle
hebbengeleid
Imperative
leid
Conditional
zou leiden
Future
zal leiden