lezen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
read
Pronunciation: lay-zen
Example
Zij leest een boek.
She is reading a book.
Conjugation
iklees
jijleest
hijleest
wijlezen
jullielezen
zijlezen
Past tense
las / lazen
Past participle
hebbengelezen
Imperative
lees
Conditional
zou lezen
Future
zal lezen
Often used with
boek lezen, krant lezen, verhaal lezen