mankeren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
lack
Pronunciation: mahn-KEH-ren
Example
Er lijkt iets te mankeren aan de auto.
There seems to be something wrong with the car.
Conjugation
ikmankeer
jijmankeert
hijmankeert
wijmankeren
julliemankeren
zijmankeren
Past tense
mankeerde / mankeerden
Past participle
hebbengemankeerd
Imperative
mankeer
Conditional
zou mankeren
Future
zal mankeren