markeren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to mark
Pronunciation: mar-KAY-ruhn
Example
Je moet de belangrijke punten markeren.
You need to highlight the important points.
Conjugation
ikmarkeer
jijmarkeert
hijmarkeert
wijmarkeren
julliemarkeren
zijmarkeren
Past tense
markerde / markerden
Past participle
hebbengemarkerd
Imperative
marker
Conditional
zou markeren
Future
zal markeren