meebouwen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
to build along
Pronunciation: may-bow-uhn
Example
Hij wil graag meebouwen aan het nieuwe huis.
He would like to help build the new house.
Conjugation
ikmeebouw
jijmeebouwt
hijmeebouwt
wijmeebouwen
julliemeebouwen
zijmeebouwen
Past tense
bouwde / bouwden
Past participle
hebbengemeebouwd
Imperative
bouw
Conditional
zou meebouwen
Future
zal meebouwen
Separable verb