meebrengen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to bring along
Pronunciation: MAY-bren-ghen
Example
Kun je je laptop meebrengen naar de vergadering?
Can you bring your laptop to the meeting?
Conjugation
ikbreng mee
jijbrengt mee
hijbrengt mee
wijbrengen mee
julliebrengen mee
zijbrengen mee
Past tense
bracht mee / brachten mee
Past participle
hebbenmeegebracht
Imperative
breng mee
Conditional
zou meebrengen
Future
zal meebrengen
Separable verb