meecoördineren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
to co-coordinate
Pronunciation: may-ko-or-dee-nay-ren
Example
Hij zal het evenement meecoördineren.
He will co-coordinate the event.
Conjugation
ikmeecoördineer
jijmeecoördineert
hijmeecoördineert
wijmeecoördineren
julliemeecoördineren
zijmeecoördineren
Past tense
coördinerde / coördinerden
Past participle
hebbengemeecoördinerd
Imperative
coördiner
Conditional
zou meecoördineren
Future
zal meecoördineren
Separable verb