meegeven

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to give along
Pronunciation: may-khay-vuhn
Example
Kun je me de boeken meegeven voor de reis?
Can you give me the books for the trip?
Conjugation
ikgeef mee
jijgeeft mee
hijgeeft mee
wijgeven mee
julliegeven mee
zijgeven mee
Past tense
gevde / gevden
Past participle
hebbengemeegevd
Imperative
gev
Conditional
zou meegeven
Future
zal meegeven
Separable verb