meehelpen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to help along
Pronunciation: may-hel-puhn
Example
Wil je meehelpen met het opruimen van de tuin?
Do you want to help clean up the garden?
Conjugation
ikmeehelp
jijmeehelpt
hijmeehelpt
wijmeehelpen
julliemeehelpen
zijmeehelpen
Past tense
helpte / helpten
Past participle
hebbengemeehelpt
Imperative
help
Conditional
zou meehelpen
Future
zal meehelpen
Separable verb