meekomen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to come along
Pronunciation: may-ko-men
Example
Wil je morgen meekomen naar het strand?
Do you want to come along to the beach tomorrow?
Conjugation
ikkom mee
jijkomt mee
hijkomt mee
wijkomen mee
julliekomen mee
zijkomen mee
Past tense
kwam mee / kwamen mee
Past participle
zijnmeeggekomen
Imperative
kom mee
Conditional
zou meekomen
Future
zal meekomen
Separable verb