meerijden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to ride along
Pronunciation: may-ray-duhn
Example
Mag ik met je meerijden naar het feest?
Can I ride with you to the party?
Conjugation
ikrij mee
jijrijdt mee
hijrijdt mee
wijrijden mee
jullierijden mee
zijrijden mee
Past tense
rijdde / rijdden
Past participle
hebbengemeerijdd
Imperative
rijd
Conditional
zou meerijden
Future
zal meerijden
Separable verb