motiveren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
motivate
Pronunciation: mo-ti-ve-ren
Example
De leraar probeert zijn studenten te motiveren.
The teacher tries to motivate his students.
Conjugation
ikmotiveer
jijmotiveert
hijmotiveert
wijmotiveren
julliemotiveren
zijmotiveren
Past tense
motiverde / motiverden
Past participle
hebbengemotiverd
Imperative
motiver
Conditional
zou motiveren
Future
zal motiveren