nemen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to take
Pronunciation: nay-muhn
Example
Zij neemt de bus naar haar werk.
She takes the bus to her work.
Conjugation
ikneem
jijneemt
hijneemt
wijnemen
jullienemen
zijnemen
Past tense
nam / namen
Past participle
hebbengenomen
Imperative
neem
Conditional
zou nemen
Future
zal nemen