omgeven

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
to surround
Pronunciation: OM-gay-vən
Example
Het huis is omgeven door een mooie tuin.
The house is surrounded by a beautiful garden.
Conjugation
ikomgeef
jijomgeeft
hijomgeeft
wijomgeven
jullieomgeven
zijomgeven
Past tense
gevde / gevden
Past participle
hebbengeomgevd
Imperative
gev
Conditional
zou omgeven
Future
zal omgeven
Separable verb