omrijden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to drive around
Pronunciation: om-rye-den
Example
We moeten omrijden vanwege de wegwerkzaamheden.
We have to take a detour because of the roadworks.
Conjugation
ikomrijd
jijomrijdt
hijomrijdt
wijomrijden
jullieomrijden
zijomrijden
Past tense
rijdde / rijdden
Past participle
hebbengeomrijdd
Imperative
rijd
Conditional
zou omrijden
Future
zal omrijden
Separable verb