onderhandelen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
negotiate
Pronunciation: on-der-han-deh-len
Example
We moeten over de prijs onderhandelen.
We need to negotiate the price.
Conjugation
ikonderhandel
jijonderhandelt
hijonderhandelt
wijonderhandelen
jullieonderhandelen
zijonderhandelen
Past tense
onderhandelde / onderhandelden
Past participle
hebbenonderhandeld
Imperative
onderhandel
Conditional
zou onderhandelen
Future
zal onderhandelen
Separable verb