ontwerpen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to design
Pronunciation: ont-VER-pen
Example
Hij wil een nieuw huis ontwerpen.
He wants to design a new house.
Conjugation
ikontwerp
jijontwerpt
hijontwerpt
wijontwerpen
jullieontwerpen
zijontwerpen
Past tense
ontwierp / ontwierpen
Past participle
hebbenontworpen
Imperative
ontwerp
Conditional
zou ontwerpen
Future
zal ontwerpen
nounb1
de
Translation
designs
Pronunciation: ont-ver-pen
Example
De ontwerpen van de architect zijn indrukwekkend.
The architect's designs are impressive.