opbrengen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
yield
Pronunciation: op-breng-en
Example
Hij kon de moed niet opbrengen om het te zeggen.
He couldn't muster the courage to say it.
Conjugation
ikopbreng
jijopbrengt
hijopbrengt
wijopbrengen
jullieopbrengen
zijopbrengen
Past tense
brengde / brengden
Past participle
hebbengeopbrengd
Imperative
breng
Conditional
zou opbrengen
Future
zal opbrengen
Separable verb