opdagen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
show up
Pronunciation: op-dah-ghen
Example
Ze daagde niet op voor de vergadering.
She didn't show up for the meeting.
Conjugation
ikdage op
jijdage op
hijdage op
wijdagen op
julliedagen op
zijdagen op
Past tense
dagde op / dagden op
Past participle
zijnopgedagen
Imperative
dage op
Conditional
zou opdagen
Future
zal opdagen
Separable verb