opdoen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
gain
Pronunciation: op-doon
Example
Je kunt veel ervaring opdoen in deze baan.
You can gain a lot of experience in this job.
Conjugation
ikdoe op
jijdoet op
hijdoet op
wijopdoen
jullieopdoen
zijopdoen
Past tense
dode / doden
Past participle
hebbengeopdod
Imperative
do
Conditional
zou opdoen
Future
zal opdoen
Separable verb