opeten

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to eat up
Pronunciation: OH-pay-ten
Example
Hij besloot de hele taart op te eten.
He decided to eat the whole cake.
Conjugation
ikeet op
jijeet op
hijeet op
wijeten op
jullieeten op
zijeten op
Past tense
at op / aten op
Past participle
hebbenopgegeten
Imperative
eet op
Conditional
zou opeten
Future
zal opeten
Separable verb