opleiden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to educate
Pronunciation: OP-lay-duhn
Example
Het bedrijf wil nieuwe medewerkers opleiden.
The company wants to train new employees.
Conjugation
ikleid op
jijleidt op
hijleidt op
wijopleiden
jullieopleiden
zijopleiden
Past tense
leidde / leidden
Past participle
hebbengeopleidd
Imperative
leid
Conditional
zou opleiden
Future
zal opleiden
Separable verb