opmerken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
notice
Pronunciation: op-mer-ken
Example
Hij kon het verschil meteen opmerken.
He could immediately notice the difference.
Conjugation
ikmerk op
jijmerkt op
hijmerkt op
wijmerken op
julliemerken op
zijmerken op
Past tense
merkte / merkten
Past participle
hebbengeopmerkt
Imperative
merk
Conditional
zou opmerken
Future
zal opmerken
Separable verb