oppassen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to watch out
Pronunciation: op-pah-sen
Example
Kun je vanavond op de kinderen passen?
Can you babysit the children tonight?
Conjugation
ikpas op
jijpast op
hijpast op
wijoppassen
jullieoppassen
zijoppassen
Past tense
paste op / pasten op
Past participle
hebbenopgepast
Imperative
pas op
Conditional
zou oppassen
Future
zal oppassen
Separable verb