opvangen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
catch
Pronunciation: op-fang-en
Example
Kun je de bal opvangen?
Can you catch the ball?
Conjugation
ikvang op
jijvangt op
hijvangt op
wijopvangen
jullieopvangen
zijopvangen
Past tense
vangde / vangden
Past participle
hebbengeopvangd
Imperative
vang
Conditional
zou opvangen
Future
zal opvangen
Separable verb