opzien

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
look up
Pronunciation: op-zeen
Example
Ik zie op tegen de lange reis.
I dread the long journey.
Conjugation
ikzie op
jijziet op
hijziet op
wijzien op
julliezien op
zijzien op
Past tense
zide / ziden
Past participle
hebbengeopzid
Imperative
zi
Conditional
zou opzien
Future
zal opzien
Separable verb