overgeven

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
vomit
Pronunciation: oh-ver-gay-ven
Example
Hij moest overgeven na het eten.
He had to vomit after eating.
Conjugation
ikgeef over
jijgeeft over
hijgeeft over
wijgeven over
julliegeven over
zijgeven over
Past tense
gaf over / gaven over
Past participle
hebbenovergegeven
Imperative
geef over
Conditional
zou overgeven
Future
zal overgeven
Separable verb