overslapen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to oversleep
Pronunciation: oh-ver-sla-pen
Example
Ik heb me vanochtend verslapen.
I overslept this morning.
Conjugation
ikoverslaap
jijoverslaapt
hijoverslaapt
wijoverslapen
jullieoverslapen
zijoverslapen
Past tense
slapte / slapten
Past participle
hebbengeoverslapt
Imperative
slap
Conditional
zou overslapen
Future
zal overslapen
Separable verb