overwerken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
work overtime
Pronunciation: oh-ver-verk-en
Example
Ik moet vanavond overwerken.
I have to work overtime tonight.
Conjugation
ikoverwerk
jijoverwerkt
hijoverwerkt
wijoverwerken
jullieoverwerken
zijoverwerken
Past tense
werkte / werkten
Past participle
hebbengeoverwerkt
Imperative
werk
Conditional
zou overwerken
Future
zal overwerken
Separable verb