poetsen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to clean
Pronunciation: /ˈputsən/
Example
Ik moet mijn tanden poetsen voor het slapen.
I have to brush my teeth before sleeping.
Conjugation
ikpoets
jijpoetst
hijpoetst
wijpoetsen
julliepoetsen
zijpoetsen
Past tense
poetste / poetsten
Past participle
hebbengepoetst
Imperative
poets
Conditional
zou poetsen
Future
zal poetsen